Jack Wiebenga over Actief65+

“Twintig jaar en nog lang niet uitgegroeid”

Actief65+ bestaat deze maand precies twintig jaar! Alle reden dus voor een speciale editie van onze nieuwsbrief. Directeur Jack Wiebenga vertelt over de ontwikkeling van zijn bedrijf: van het prille begin tot het spannende coronajaar 2020. 

 

Waarom begon je destijds met Actief65+?

“Ik was op zoek naar een nieuwe klus, nadat ik mijn uitgeverij verkocht had. En daar had ik zelf een medewerker gehad via een uitzendbureau voor 65-plussers. Dat was mij heel goed bevallen, en ik vond het een interessante formule. Het leek me dat meer werkgevers daarvan konden profiteren, ook vanwege de fiscale voordelen. Samen met Norbert Plotske ben ik toen het idee gaan bestuderen, ook om te kijken wat de concurrentie deed. Die bleken allemaal dezelfde aanpak te hebben, met inloopkantoren en intakegesprekken. Dus besloten wij het heel anders te doen. We hebben toen een formule ontwikkeld waarbij we ons richtten op relatief kleine bedrijven, maar wel door heel Nederland. En een formule waarbij we iedereen konden helpen: bedrijven en 65-plussers overal in Nederland.”

 

Wat was er precies zo uniek aan die aanpak? 

“Het bijzondere van ons concept is, dat we niemand live zien. De uitzendkracht niet, en ook de opdrachtgevers niet. Alles gebeurt op afstand. Als je dat aan andere uitzendbureaus vertelt, kijken ze je aan of ze water zien branden. Die zijn er juist trots op dat ze de klanten persoonlijk kennen. Logisch, want dat zijn grote bedrijven die heel veel omzet opleveren. Maar wij plaatsen mensen bij een lokale apotheek, om pillen rond te brengen. Of bij de fietsenmaker, waar ze een dag per week als bandenplakker werken. Met die bedrijven bellen we wel, maar we gaan ze niet bezoeken. En we hebben ook geen inloopkantoor voor werkzoekenden. Dat geeft ons het grote voordeel dat we dat heel Nederland kunnen bedienen – en daarmee zijn we de afgelopen twintig jaar flink gegroeid.”

 

Hoe kwamen jullie aan werkzoekenden en bedrijven?

“Ja, we moesten we natuurlijk werkzoekende 65-plussers in ons bestand krijgen. Dat deden we aanvankelijk via huis-aan-huisbladen, daarmee kun je heel Nederland dekken. Mensen belden dan, ons team noteerde de gegevens en voerden die vervolgens in. Heel primitief en omslachtig allemaal. Nu schrijven mensen zichzelf in via de website, dat is veel handiger.

Aan de andere kant moesten we bedrijven benaderen. We stuurden geen vertegenwoordigers het land in om koffie te drinken en twee bezoekjes op een dag af te leggen. Daarvoor zijn de bedrijven die we bedienen veel te klein. De eerste jaren stuurden we faxen: ‘ook in uw regio hebben we werkzoekende 65-plussers in ons bestand’. En dan kregen we ingevulde faxen terug met vacatures erop: ik zoek en boekhouder, een chauffeur etc. Maar faxen zijn in wezen reclame op kosten van de ontvanger, die betaalt de inkt en de rollen papier. Dat leverde dus slechte pers en kwaaie mensen op – en het werd op een gegeven moment ook verboden. Toen zijn we koud gaan bellen: dat is kostbaar, maar het heeft erg goed gewerkt. We hebben in de loop van de tijd zo’n 10.000 mensen aan een baantje geholpen.”

 

Was het gebrek aan persoonlijk contact nooit een bezwaar? 

“Het is aan werkgevers heel goed uit te leggen dat we niet iedereen kunnen zien. En telefonisch kom je ook veel te weten over kandidaten: of iemand doof is bijvoorbeeld, maar ook of iemand een fitte indruk maakt. Toegegeven: heel soms was het handiger geweest als we iemand gezien hadden. We hadden ooit iemand die voor het eerst als fruitplukker in de Betuwe aan de slag zou gaan. Dat bleek een beetje een verward type: hij kwam midden in de winter op blote voeten aanzetten en ging meteen in de kas aan het werk, zonder zich te melden. Toen hing de werkgever natuurlijk bij ons aan de lijn, waar die vent bleef. Enfin, het omgekeerde komt ook voor. Er meldde zich ooit een nogal vreemd figuur bij ons kantoor in Amsterdam, die kwam melden dat hij al jaren via ons werkte. Als ik hem destijds gezien had, had ik hem nooit aangenomen. Maar hij werkte al die tijd tot volle tevredenheid van zijn baas. Zo zie je maar.”

 

Waarom melden 65-plussers zich als werkzoekende aan?

“Veel mensen zijn blij om met pensioen te zijn, maar er zijn ook mensen die nog fit genoeg zijn om te werken en na een half jaar hun werk enorm gaan missen. Het is ook raar geregeld in Nederland: we doen altijd aan afbouwen, maar als het om werk gaat is het hup, van veertig naar nul uur werken. Mensen missen dus het sociale contact en ze willen ook nog een zakcentje bovenop hun AOW verdienen; vaak is het een combinatie van die twee.”

 

Is het soort banen de afgelopen 20 jaar veranderd?

“Nauwelijks. We hebben altijd een combinatie van geschoold en ongeschoold werk gehad, van putjesschepper tot register accountant. Ongeveer een derde van ons bestand is chauffeur, zowel voor personenvervoer als op grote vrachtwagens. Wat er de laatste jaren wel is bijgekomen, zijn ICT-functies: we zenden steeds vaker programmeurs op niveau uit.

 

Hoe is het coronajaar 2020 verlopen?

“Aanvankelijk waren we bang dat de omzet flink zou teruglopen. Ouderen zijn kwetsbaar in deze tijd, en we dachten dat werkgevers ook niet in de rij zouden staan. Maar het valt eigenlijk mee: we hebben hooguit een kwart minder omzet dan het jaar ervoor. Dat is één keer eerder gebeurd, in het crisisjaar 2008, en daar zijn we ook goed uitgekomen. Wat in ons voordeel werkt, is dat veel ouderen al jarenlang via ons in dienst zijn: je hebt mensen die al meer dan tien jaar de boekhouding voor een bedrijf doen. Zo’n lange werkrelatie, daar stop je niet zomaar mee. En verder blijkt onze unieke formule met ‘service op afstand’ ook crisisbestendig. Een collega-uitzendbureau voor ouderen heeft vorig jaar veel van zijn inloopkantoren moeten sluiten. Dat is natuurlijk heel zuur.”

 

En hoe zie je de toekomst?

“Als dit coronajaar iets heeft duidelijk gemaakt, is het dat we een goed product hebben waar nog heel veel potentie in zit. Er zijn zoveel bedrijven die wel een klein, niet-regulier baantje hebben dat nu niet ingevuld wordt. En er zijn honderdduizenden ouderen die nog wat willen en kunnen doen. Dat worden er alleen maar meer, en ouderen blijven steeds langer vitaal. Van die enorme groep zijn er nu duizend mensen via ons aan de slag, maar dat kunnen er zomaar tienduizend worden.”